Na jaren overleg weten vier landen nog steeds niet waar justitieketen vastloopt

· - leestijd 2 minuten
de vier ministers van Justitie in het Koninkrijk
de vier ministers van Justitie in het Koninkrijk

WILLEMSTAD – De vier landen binnen het Koninkrijk beschikken nog altijd niet over de gezamenlijke monitor die zichtbaar moet maken waar en hoe ernstig de knelpunten in de Caribische justitieketen zijn. Het probleem van de zogenoemde disbalans wordt al sinds begin 2023 onderzocht. Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel verwacht dat de monitor pas bij het volgende Justitieel Vierlandenoverleg (JVO) gereed is.


„De monitor als zodanig hebben we nog niet”, zegt Van Weel na afloop van het JVO op Curaçao. Volgens hem is inmiddels wel duidelijker geworden hoe de capaciteit van de verschillende onderdelen van de justitieketen moet worden gemeten.

Probleem al sinds 2023 gemeld

Het probleem werd al tijdens het JVO van januari 2023 formeel vastgesteld. Nederland had onder meer geïnvesteerd in diensten als het Recherche Samenwerkingsteam, de Koninklijke Marechaussee en andere organisaties voor de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. De Caribische landen wezen er toen op dat lokale justitiediensten niet altijd in hetzelfde tempo waren meegegroeid.

Daardoor kan bijvoorbeeld meer opsporingscapaciteit leiden tot meer verdachten en strafzaken, terwijl politie, Openbaar Ministerie, rechtbank of gevangenis vervolgens onvoldoende capaciteit hebben om die extra instroom te verwerken.

In januari 2024 werd de disbalans verder uitgewerkt. Volgens het kabinet gaat het om drie problemen: lokale diensten kampen met personeelstekorten, er bestaan verschillen in investeringen en bemensing tussen lokale en Koninkrijksbrede diensten en de prioriteiten van Curaçao, Aruba en Sint Maarten lopen niet altijd gelijk met die van Nederland.

Zeven aanbevelingen

Een gezamenlijke werkgroep kwam in juni 2024 met zeven aanbevelingen. Zo moesten de afzonderlijke justitiediensten hun kerntaken onderzoeken, moest beter worden bekeken wat nieuwe investeringen elders in de keten veroorzaken en moest strategischer worden gepland met personeel. Ook werd een nieuwe werkgroep ingesteld die de uitvoering van die aanbevelingen moest gaan monitoren.

Arthur Dowers (l)
Arthur Dowers (l)

Toch bleek tijdens het JVO van januari dit jaar dat opnieuw een inventarisatie nodig was. De vier landen spraken toen af hun beschikbare capaciteit daadwerkelijk in kaart te brengen. Nederland zou dat doen voor de gemeenschappelijke diensten, waarna de gegevens bij de JVO-werkgroep Disbalans zouden worden samengebracht. Volgens de Nederlandse minister hadden alle vier de landen zich volledig aan die aanpak gecommitteerd.

Acht maanden later is het gezamenlijke eindbeeld er dus nog niet.

Niet simpelweg personeel tellen

Volgens Van Weel is de vertraging mede te verklaren doordat de justitieketen moeilijk in één getal is te vatten. De landen willen niet alleen weten hoeveel politiemensen, officieren, rechters of gevangenisplaatsen beschikbaar zijn, maar ook volgen hoeveel criminaliteit wordt geregistreerd, hoeveel zaken door de opsporing worden opgepakt, hoeveel zaken het OM voor de rechter brengt en hoeveel uiteindelijk door het Gemeenschappelijk Hof worden afgehandeld.

Die gegevens worden volgens hem niet overal op dezelfde manier bijgehouden. Bovendien vraagt een eenvoudige winkeldiefstal veel minder capaciteit dan bijvoorbeeld een complexe moordzaak.

Van Weel vergelijkt het met een fabriek waarin niet simpelweg kan worden geteld hoeveel zaken aan de ene kant naar binnen gaan en er aan de andere kant uitkomen. Juist het gewicht en de complexiteit van strafzaken bepalen hoeveel politie-, vervolgings- en zittingscapaciteit nodig is.

Kleine landen, volledige justitieketen

Onder het capaciteitsprobleem ligt ook een structureel financieel vraagstuk. Curaçao, Aruba en Sint Maarten hebben relatief kleine begrotingen, maar moeten ieder wel een volwaardige eigen justitieketen onderhouden. Van Weel erkent dat de drie landen daardoor tegen problemen aanlopen die Nederland in veel mindere mate kent.

Rechtshandhaving is formeel een verantwoordelijkheid van ieder afzonderlijk land. Tegelijkertijd investeert Nederland in gezamenlijke en Koninkrijksbrede diensten. Het Nederlandse kabinet waarschuwde eerder zelf dat daardoor een hogere pakkans kan ontstaan zonder dat de volgende schakels in de strafrechtketen voldoende capaciteit hebben om de zaken verder af te handelen.

Het gevolg is dat na ruim drie jaar onderzoek wel bekend is welke soorten problemen de Caribische justitieketen heeft, maar nog niet in één gezamenlijk overzicht waar de grootste knelpunten zitten, hoe groot de tekorten zijn en welke schakel als eerste versterkt moet worden.


134 keer gelezen

Deel dit artikel: